DISC Gedragsstijlen
DISC gaat over observeerbaar gedrag.
Het concept is niet nieuw. Reeds ver voor onze tijd keken mensen naar mensen op zoek naar overeenkomstig en verschillend gedrag om dit in modellen te zetten met "predictieve" eigenschappen. In 444 VC beschreef Empodocles reeds 4 elementen: aarde, lucht, vuur en water. In 400 VC beschreef Hypocrates zijn 4 temperamenten: Sanguinicus (zuiver bloed, Invloedrijk), Cholericus (gele gal, Dominerend), Melancholicus (zwarte gal, Stabiel), en de Flegmaticus (slijm, Consciëntieus).
In 1921 publiceerde Carl Jung “Psychologische Types”, waarin hij 4 types identificeerde en beschreef. Deze types werden voornamelijk georiënteerd door 4 psychologische functies elkaar 2 aan 2 contrasterend.:Thinking en Feeling; Sensing en Intuïtion. Als bijkomende, ondersteunende factor werd bepaald of de psyche naar binnen (introvert) of naar buiten (extravert) is gericht.

Dr William Moulton Marsten publiceerde in 1928 zijn boek “The emotions of normal people” waarin hij gedrag projecteerde op 2 assen. Door beide assen op de juiste manier te combineren werden 4 kwadranten gevormd die elk een gedragspatroon afbakenden: Dominance, Influence, Steadyness en Conscientious. Hij is dan ook de grondlegger van wat later als acroniem DISC bekend werd. 80 Jaar later werd door verschillende instituten het model op een dusdanige manier verfijnd en getuned dat het in staat is om gedrag op een objectieve en beschrijvende manier te observeren in de plaats van op de gebruikelijke subjectieve en be- en veroordelende manier.
Elkeen van ons vindt wel iets terug van zichzelf in elk van de 4 beschreven types, we zijn dan ook een combinatie van de 4 stijlen. Een van de stijlen is echter wel degelijk dominanter aanwezig dan de andere en bepaalt in belangrijke mate je gedrag.
Vandaag is DISC niet enkel een tool om het gedrag te profileren maar het laat ook toe om op een niet beoordelende en open manier over gedrag te praten.
